Tewerkgesteld in Duitsland: kruisdragen en een gevecht om recht
In dit artikel:
Vader Lagendijk schrijft aan zijn zoon Arie: „Het kruis moet maar stil gedragen worden.” Arie werkt tijdens de Duitse bezetting in Duitsland als onderdeel van de Arbeitseinsatz en komt daar in botsing met zijn werkgever, die hij een „loondief” noemt. Hij eist rechten op en krijgt daarbij juridische bijstand van een Duitse professor. Volgens Renske Krimp‑Schraven, die het boek Tewerkgesteld, getuigenissen van de Arbeitseinsatz schreef, speelde een rassenhiërarchie een rol: Nederlanders werden vaak gunstiger behandeld dan Poolse of Russische arbeidskrachten, maar dat maakte het verblijf niet gemakkelijk.
Thuis in Rotterdam worstelt Arie's vrouw Cor met drie jonge kinderen; overleven is haar dagelijkse zorg. De briefwisselingen tussen het paar tonen toenemend gemis en verdriet: Cor schrijft over haar stervende broer, Arie leeft mee op afstand maar kan niet steunen of aanwezig zijn. Kerkhistoricus Wim Kranendonk legt in een podcast uit dat het besef een opgelegd „kruis” te dragen mensen ook houvast gaf. In de brieven keert een melancholisch eeuwigheidsbesef terug: de dood en de zichtbare ellende — hongerige mensen die op straat instorten — maakten deel uit van het dagelijks leven.