Linske partij wil na verkiezingswinst 240.000 woningen onteigenen in Berlijn
In dit artikel:
Die Linke wil na haar verkiezingswinst in Berlijn ongeveer 240.000 woningen van grote vastgoedbedrijven onder publieke controle brengen. Bedrijven met meer dan 3.000 woningen zouden hun bezit verplicht moeten overdragen aan een publieke organisatie. Vooral Vonovia en dochterbedrijf Deutsche Wohnen worden geraakt; samen bezitten zij circa 130.000 Berlijnse woningen. De bedrijven zouden een vergoeding krijgen, maar Die Linke wil die bewust onder de marktwaarde houden.
De partij kreeg bij de deelstaatverkiezingen 25,7 procent van de stemmen en werd voor het eerst de grootste van Berlijn. Lijsttrekker Elif Eralp wil een coalitie vormen met de Groenen en de SPD. Zij beschouwt onteigening, juridisch aangeduid als ‘vermaatschappelijking’, als een harde voorwaarde voor regeringsdeelname. De SPD verzet zich echter tegen het plan, waardoor de coalitievorming moeilijk kan worden.
Die Linke baseert de maatregel op artikel 15 van de Duitse grondwet, dat het mogelijk maakt grond en productiemiddelen tegen compensatie in gemeenschappelijk bezit te brengen. Het artikel is in Duitsland nog nooit op deze schaal toegepast. Als Berlijn een wet invoert, worden daarom langdurige juridische procedures verwacht. Ook de landelijke regering van bondskanselier Friedrich Merz wil het gebruik van artikel 15 voor grootschalige onteigeningen beperken of blokkeren.
Een centraal discussiepunt is de hoogte van de vergoeding. In de voorstellen wordt gesproken over 40 tot 60 procent van de marktwaarde. De totale kosten worden geschat op 8 tot 36 miljard euro. De aankoop zou met leningen worden gefinancierd, waarna huurinkomsten de schuld over tientallen jaren moeten aflossen. Dat model brengt risico’s met zich mee als de huren dalen of worden bevroren, omdat Berlijn uiteindelijk financieel verantwoordelijk blijft.
Tegenstanders wijzen erop dat onteigening geen nieuwe woningen oplevert, terwijl de stad kampt met een groot tekort aan betaalbare woonruimte. Zij vrezen ook dat investeerders Berlijn zullen mijden en vinden dat het geld beter naar nieuwbouw kan gaan. Voorstanders verwachten juist dat publieke verhuur en huurbeperkingen de prijzen in de bestaande woningvoorraad kunnen stabiliseren. Zij benadrukken wel dat er daarnaast gebouwd moet blijven worden.
Het plan kreeg in 2021 steun van 57,6 procent van de Berlijnse kiezers in een referendum, maar die uitslag was niet direct bindend. Een recente peiling wijst op afgenomen draagvlak: 37 procent steunde onteigening en 51 procent was tegen. De verkiezingswinst betekent daarom niet dat de woningen snel worden overgenomen. Eerst is een coalitie nodig, daarna wetgeving en waarschijnlijk een reeks rechtszaken.
Vandaag Inside: Angela de Jong