Goede Vrijdag in Duitsland verliest zijn 'stille' karakter
In dit artikel:
In Duitsland staat het traditionele verbod op dansen op Goede Vrijdag (Karfreitag) door groeiende secularisatie onder druk. Karfreitag is een officiële vrije dag waarop uit respect voor de herdenking van Christus’ lijden en sterven onder meer dansen verboden is, sportwedstrijden uitgesteld worden, televisiezenders hun programmering aanpassen en op Stille Zaterdag de kerkklokken zwijgen. Het Tanzverbot geldt niet in alle vormen of regio’s even streng: in Düsseldorf moeten cafés en clubs hun muziek in de nacht van Witte Donderdag op Goede Vrijdag stilzetten en mogen ze op Stille Zaterdag pas om zes uur 's ochtends weer doorstarten; Hamburg versoepelde het verbod deels en staat feesten toe tussen middernacht en vijf uur in de ochtend.
De discussie laait ieder jaar opnieuw op nu steeds meer Duitsers niet meer kerkelijk zijn: ongeveer 40 miljoen mensen zijn geen lid van een kerk, tegenover ruim 19 miljoen rooms-katholieken en ongeveer 17 miljoen protestanten. Kritiek op het Tanzverbot komt zowel uit liberale hoek als van jongerenorganisaties (onder meer van de FDP) en maatschappelijke groepen zoals de Bund für Geistesfreiheit. Die bond organiseert bewust dansmanifestaties en beroept zich op een uitspraak van het constitutionele hof uit 2016: wanneer feestactiviteiten een inhoudelijke component hebben, kunnen ze als protestbijeenkomst worden gezien en dus toegestaan worden.
Kerkelijke organisaties verdedigen het verbod als onderdeel van een stille, gemeenschappelijke herdenking en vrezen dat opheffing leidt tot een kettingreactie: als er op Karfreitag gefeest wordt, moeten mensen werken in horeca en supermarkten, waardoor de dag verandert in een normale werkdag en culturele tradities verwateren. Sommige voorgangers vinden echter dat, ook bij versoepeling, hun diensten en invulling van de dag gewaarborgd kunnen blijven; in regio’s als Noordrijn-Westfalen is het kerkelijk lidmaatschap nog relatief hoog, wat volgens hen reden is het bestaande beleid te handhaven.
Naast het debat over Karfreitag speelt er ook discussie over het schrappen van andere christelijke vrije dagen (zoals tweede paas- of pinksterdag) in het licht van economische zorgen. Sommige politici en bedrijven pleitten hiervoor, maar economen wijzen op historische voorbeelden (bijv. afschaffing van boetedag in 1995 en de invoering van Hervormingsdag in 2017) waar de economie daar niet onder leed, en noemen het idee dat minder feestdagen de economie substantieel zou herstellen een mythe.
Kortom: de spanning tussen secularisering, individuele vrijheden en behoud van culturele-religieuze tradities houdt het debat over het Tanzverbot en andere feestdagen in Duitsland levend en regionaal sterk uiteenlopend.