Fokke Antonides pleegde als 14-jarige al verzet tegen de Duitsers tijdens de oorlog
In dit artikel:
Fokke Antonides was elf jaar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Kort na de Nederlandse capitulatie fietste hij met zijn ouders naar Rhenen en schrok van de vele dode soldaten op de Grebbeberg; de stapels lichamen die in een sleuf werden gelegd maakten diepe indruk op hem. Nog meer verdriet bracht de arrestatie van de Joodse familie Dorland, buurtgenoten bij wie hij veel met dochter Jopie optrok. Jopie werd via Venlo in veewagens weggevoerd, maar wist later door een toevallige stem te gehoorzamen aan een oproep en werd zo gered en verborgen in een ander huis — jaren later troffen zij elkaar ontroerd weer op straat.
Al op zijn veertiende kreeg Antonides een Ausweis waarmee hij ’s nachts mensen kon waarschuwen voor dreigende razzia’s. Hij leverde kleine verzetshandelingen: fietsen weghalen van een door Duitsers bezette school, een portret van koningin Wilhelmina van de zolder halen en veilig thuis bewaren — het portret gaf hij na de bevrijding retour en kreeg als dank een nieuwe Bijbel. Zijn ouders speelden ook een actieve rol: hun huis deed dienst als schijnpension en bood onderdak aan onderduikers, waaronder een Joodse baby. Een man die bij hen at bleek later een ontsnapte gevangene uit een Duits kamp; na de oorlog nam hij contact op om zijn dankbaarheid te tonen.
De bevrijding bracht gemengde gevoelens: de ontlading en feestelijkheid leken kerkgang te verdringen, wat Antonides betreurde. Zijn herinneringen vormen een persoonlijk portret van klein verzet, familiezorg en de emotionele tol van bezetting en bevrijding. Dit verhaal is het eerste in een serie lezersherinneringen aan de oorlog.