Boeren halen doelen niet door vervuild water uit Duitsland, kabinet ziet geen probleem
In dit artikel:
De discussie over waterkwaliteit in de grensstreken is opnieuw fel opgelaaid nadat boeren in Oost-Nederland niet aan nationale waterdoelen kunnen voldoen door vervuild rivierwater uit Duitsland. Het meest in het oog springende voorbeeld is de Dinkel: water dat volgens Duitse normen schoon is, leidt in Nederland tot overschrijdingen van stikstofcriteria en zet veehouders in de regio onder druk.
Melkveehouderen zien zich geconfronteerd met extra maatregelen waar zij zelf weinig invloed op hebben; een lokale boer noemt de situatie oneerlijk. Waterschap Vechtstromen bevestigt dat metingen tonen dat uit Duitsland toestromend water een belangrijke bron van stikstof is en bijdraagt aan normoverschrijdingen in Oost-Nederland. Een bepalende factor is het verschil in grenswaarden: Duitsland hanteert ongeveer 11,3 mg stikstof per liter, Nederland circa 2,3 mg/liter. Ook de gebruikte meetmethodes lopen uiteen, waardoor het probleem moeilijk uitlegbaar is voor getroffen boeren.
Het kabinet, vertegenwoordigd door minister Vincent Karremans (Infrastructuur en Waterstaat), erkent de praktijkproblemen maar wijst op het Europese juridische kader: de Kaderrichtlijn Water biedt ruimte om rekening te houden met buitenlandse vervuiling en uitzonderingen toe te passen als Nederland kan aantonen dat het zelf voldoende maatregelen neemt. Tegelijkertijd benadrukt Karremans dat gesprekken met Duitsland en de Europese Commissie lopen en dat Nederland volgens hem 83% van de KRW-doelen haalt.
De kloof tussen de ervaring van grensboeren en het optimistische kabinet blijft groot. Belangrijke knelpunten zijn de uiteenlopende normen en meetmethoden en de praktische gevolgen voor lokale ondernemers. Duidelijke harmonisatie van standaarden, betere afstemming met Duitsland en heldere communicatie over verantwoordelijkheid en compenserende maatregelen zijn nodig om de spanning in de grensregio’s weg te nemen.